Ik laat me niet opjagen; ik ben aan het werk en niet op de vlucht.

Er zijn twee soorten rampspoed: ongelukken die ons overkomen en het geluk dat anderen ten deel valt.

Je kunt niets belachelijk maken wat niet een beetje belachelijk is.

A synonym is a word you use in place of one you can't spell.

De lente staat voor de deur, maar doe niet open; het regent nog!

Waar je staat, hangt af van waar je zit.

Houses are made of wood and stone, but only love can make a home.

Professioneel gespreksvoerder: mijn moeder na 2 glazen wijn.

Quote me as being misquoted.

Früher war ich jung und schön. Jetzt bin ich nur noch "und".